Vandaag vond de opening plaats van het nieuwe seizoen van de Dominicaanse Lekengemeenschap. Nadat wij vanaf drie uur bij elkaar kwamen in “De Dominicus” in Utrecht, was het goed om alle broeders en zusters en ook onze drie nieuwe adspirant leden (weer) te ontmoeten.
Om vier uur werd het jaar officieel geopend met een vesperdienst en vanaf vijf uur was de tuin van de familie Beemer geopend voor een gezellig samenzijn en natuurlijk voor de traditionele Pannekoekbakwedstrijd. De wisselbeker werd dit jaar gewonnen door Jakob uit Zwolle!
Omdat veel mensen mij vroegen om de overweging die ik in de dienst gehouden heb, heb ik besloten deze op mijn blog te zetten. Welnu, zie het verhaal hieronder….
Vrijheid en Binding, een overweging n.a.v. Lucas 14,25-33
Lieve zusters en broeders,
Bij het evangelie dat vandaag wordt gelezen slaakte ik in eerste instantie een zucht. Ik dacht: dat heb ik weer. We horen een aantal heftige uitspraken over het haten van de personen die ons het meest lief zijn. Dan volgen twee voorbeelden die zo vanzelfsprekend zijn dat je er wel bijna mee in móet stemmen. Als iemand een toren wil bouwen zal hij inderdaad eerst moeten zien of hij geld genoeg heeft. En als een koning ten strijde wil trekken zal hij ook eerst moeten zien of zijn leger sterk genoeg is om de overwinning te behalen. Eigenlijk komen die twee voorbeelden neer op een waarschuwing. Dat we ons niet zonder meer in elk levensavontuur mogen storten. We moeten altijd nadenken, overwegen om vervolgens te kiezen en niet impulsief een besluit nemen. Dat is voor iedereen helder. Maar minder duidelijk zijn de consequenties die het volgen van Christus meebrengen. Die lijken op het eerste gezicht compleet onredelijk en irreëel. Er staat dat, als we leerling van Jezus willen zijn, we vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zussen, ja ons eigen leven moeten haten. En dat we ons kruis moeten dragen.
Jezus kwam toch niet om de haat te prediken! Van de mensen die in grote drommen met Jezus mee wilden gaan, zullen er waarschijnlijk veel naar huis teruggekeerd zijn toen ze hoorden welke strenge voorwaarden hij stelde en de woorden die hij daarvoor gebruikte. Maar schriftgeleerden leren dat we deze woorden niet letterlijk mogen vertalen. Semitische talen zoals het Hebreeuws kennen geen trappen van vergelijking (veel, meer, meest) en spreken daarom in scherpe tegenstellingen.
Lucas geeft met opzet het Hebreeuws letterlijk weer. Ook elders in zijn evangelie laat hij Jezus zo’n radicale taal spreken. Als je met Hem op weg gaat, moet je niet eerst afscheid gaan nemen van je familie en zelfs niet eerst je vader gaan begraven. Je zult ook alle dagen je kruis moeten dragen (Lucas 9,58 ev).
We weten dat Jezus vastberaden naar Jeruzalem gaat. Hij wordt gewaarschuwd: “Herodes is van plan je te doden.” Jezus antwoordt: “Het past niet dat een profeet buiten Jeruzalem omkomt.” Jezus beseft: als ik trouw blijf aan mijn roeping dan kost mij dit mijn leven. Hij die zich verbindt met armen, kreupelen, lammen, blinden, tollenaars en zondaars, mensen die er niet bijhoren, mensen die niet meetellen, roept grote weerstand op bij de gevestigde orde. ‘Zo hoort dat niet. dat doe je niet, wij doen dat niet….pas op jij!! We ruimen je uit de weg!
Jezus gaat naar Jeruzalem, de stad van God. En talloze mensen trekken met hem mee. Jezus beseft dat mensen meetrekken om verschillende redenen. Sommigen trekken mee omdat ze verwachten dat hij de Romeinen eruit zal gooien. Meetrekken is nog geen volgen.
Bij Lucas vinden we radicaler bewoordingen dan in de andere evangelies. En het voorgaande laat zien dat hij daar zijn reden voor had. Hij had het gemunt op halfslachtige christenen onder zijn lezers die in zijn ogen beter geen christen genoemd zouden worden. In elk geval wilde hij blijkbaar iedereen goed doordringen van het feit dat ze de volle consequenties van een bekering tot het christelijk geloof onder ogen moesten zien. Die beslissing hield in dat ze met hun Joodse of Romeinse familie moesten breken. Dat kon ook betekenen dat hun verdere levensweg een kruisweg werd zoals die van Jezus, uitlopend op de dood. Kortom, wie christen wilde worden moest bereid zijn al het overige los te laten. Geen compromissen! Het was alles of niets. Zo’n keuze kon zeker geen lichtvaardige beslissing zijn.
Ook de geschiedenis van het religieuze leven laat ons zien, hoe men de radicale uitspraken van Jezus soms radicaal in praktijk bracht. De ascese van de woestijnvaders en van vele religieuzen doet ons nu huiveren. Onthouding, onthechting, verzaking, versterving… tot in het absurde toe. Er waren zelfs pilaarheiligen die op een zuil leefden uit liefde voor God! Sommigen lieten zich inmetselen om toch maar aan alles en iedereen onthecht te zijn. Zelf herinner ik mij nog dat ik als kind in de vastentijd heel fanatiek vastte. Dat scheen ooit wezenlijk voor een authentiek christelijk leven.
Maar als we dan het evangelie goed lezen zien we een Jezus van Nazareth die alles behalve als een pilaarheilige of een verstorven asceet leefde. Sterker nog, men verweet hem zelfs dat Hij “een wijndrinker en gulzigaard” was. Jezus kleedde zich gewoon zoals iedereen. Hij woonde in een huis zoals iedereen. Hij at en dronk volgens de gangbare gewoonten. Midden in het leven, midden tussen de mensen. En toch gaat voor hem het Rijk Gods voor alles. Toch zien we een Jezus die vrij staat van alles en iedereen omwille van het Rijk Gods.
En wellicht is dat een goede formulering om te verwoorden waartoe de evangelietekst van vandaag ons oproept: vrij-zijn van, om vrij te zijn voor. Vrij zijn van allerlei egoïstische bindingen om vrij te zijn voor de verbondenheid van de evangelische liefde. Zich vrij niet binden aan mensen, maar er toch mee verbonden zijn. Mensen kunnen omhelzen en ook kunnen loslaten. Mensen niet kunnen missen en ze toch ook niet nodig hebben. Je eigen kruis dragen, maar ook geen kruisen zoeken.
We kunnen niet zonder meer spreken van onthechting en onthouding. Want je aan iemand hechten en van iemand houden is levensnoodzakelijk. De binding van de VERbondenheid maakt vrij. Jij wordt jezelf en je laat de ander, in alle respect, meer en meer zichzelf worden. De binding van de GEbondenheid knelt en verstikt. Zich ontwikkelen betekent je losmaken van je ingewikkeld zijn. Loslaten en vrij-worden.
En daarmee was de cirkel opeens rond. Want wanneer ik aan mensen “van buiten” zou moeten uitleggen wat onze gemeenschap inhoudt, dan staan de elementen uit de evangelietekst daar allemaal in: Wij hebben een duidelijke keuze gemaakt voor de dominicaanse traditie en deze gemeenschap en dat was geen lichtvaardige beslissing. We leven niet als pilaarheiligen, maar staan midden in het leven, midden tussen de mensen in een dynamische maatschappij. In die maatschappij brengen wij, ieder op onze eigen manier, de boodschap van Gods Woord en Liefde. Als gemeenschap leven wij verspreid door het land, maar zijn wij ook aan elkaar gebonden door de binding van de VERbondenheid. En daarmee is de evangelietekst van vandaag zó prachtig van toepassing op onze gemeenschap en de viering van vandaag, dat ik mij een deemoedige en dankbare leerling voel.
Amen.